top of page

Champagne
Champagne weetjes
De verschillende soorten Champagne
Champagne is de meest iconische mousserende wijn ter wereld en komt uitsluitend uit de gelijknamige regio in het noordoosten van Frankrijk. Hoewel veel mensen het woord 'champagne' als algemene term voor bubbels gebruiken, is het een beschermde naam die staat voor strikte kwaliteitseisen en een rijke historie.
Champagne wordt gemaakt volgens de Méthode Champenoise (tegenwoordig ook wel de méthode traditionnelle genoemd), hierbij ontstaan de bubbels door een tweede gisting op de fles. Wat Champagne echter onderscheidt van andere mousserende wijnen, is de verplichte rijpingstijd en de specifieke bodem van kalk en krijt in de regio, die de wijn een kenmerkende mineraliteit geeft.
Champagne serveer je koel
De ideale serveertemperatuur ligt tussen de 8 à 12 graden Celcius.
De 2 methodes om je champagne te koelen
- Plaats gedurende 30 minuten je fles in een ijskoeler, een ijskoeler met 1/3 ijs en 2/3 water
- Plaats de fles liggend en onderin de koelkast gedurende 4 uur
Hoe open je de fles?
1. De Voorbereiding: Houd de fles gekanteld. Verwijder de folie en de muselet (ijzerdraadje), maar houd altijd je duim op de kurk. Veiligheid en stijl gaan hand in hand.
2. De Techniek: Pak de onderkant van de fles vast. Draai nu voorzichtig aan de fles, niet aan de kurk. Zo behoud je de maximale controle.
3. De Ontknoping: Laat de druk in de fles het werk doen. Begeleid de kurk naar buiten tot je die kenmerkende 'pop' hoort. Tijd om te genieten!
Champagne inschenken
Serveer je Champagne in een glas dat hiervoor is bestemd, bij voorkeur in een tulpvormig glas. Een tulpglas heeft de elegantie van de flûte en biedt tegelijkertijd ruimte voor de aroma's en de complexiteit.
Het is belangrijk dat de glazen niet te vol worden geschonken. Ongeveer 2/3 glas is prima. Wanneer er teveel in het glas is, is er geen ruimte voor de aroma's om vrij te komen.
Aan het begin van de 18e eeuw ontstonden diverse champagnehuizen, met namen als Ruinart, Clicquot en Moët & Chandon. Misschien klinkt Henry de Vaugency wat onbekender, maar ook hij speelde een rol in die vroege periode. Dit roept de vraag op: waarom werden juist rond 1730 zoveel champagnehuizen opgericht?
Er zijn vooral twee belangrijke ontwikkelingen die dit verklaarden:
1. De opkomst van flessenfermentatie en kurk
Tot het begin van de 18e eeuw was wijn uit de Champagne vaak plat, onstabiel en zelden mousserend. Tussen 1700 en 1720 werd de techniek van tweede gisting op fles verfijnd, waardoor men bewust mousserende wijn kon produceren, in plaats van toevallige “sprankelende mislukkingen”.
Tegelijkertijd maakten sterkere glasflessen en de introductie van Portugese kurk het technisch mogelijk om mousserende wijn veilig op te slaan, zonder dat de flessen explodeerden. Dankzij deze innovaties kon champagne eindelijk een betrouwbaar en luxe product worden, dat klaar was voor een veeleisend publiek.
2. Groeiende vraag van adel en elite
In de eerste helft van de 18e eeuw groeide de rijkdom en verfijnde smaak van de Franse en Europese elite aanzienlijk. De hofcultuur van Lodewijk XV (regering 1715–1774) stond bol van elegantie, verfijning en feestelijkheid. Champagne paste perfect bij deze levensstijl: licht, sprankelend en “modern”, een mooi contrast met de zware rode wijnen die daarvoor populair waren.
Daarnaast kwam de export naar Engeland, Nederland en Rusland op gang, geholpen door betere transportnetwerken en de commerciële contacten van de Champenois-families. Zo ontstond een internationale markt die de opkomst van de eerste grote champagnehuizen mogelijk maakte.
Het enige juiste antwoord blijft, waarom zou je ;-) ?
Maar soms wil je je champagne wat langer bewaren. Waar moet je dan aan denken?
De beste bewaarcondities
Horizontaal - trillingsvrij - geurvrij - tochtvrij - in het donker - temperatuur tussen de 10 - 12 graden
De grootte van van de fles speelt ook een rol, de ideale fles om langer te bewaren is een Magnum-fles en daarna de reguliere fles van 0,75 l.
Daarnaast gaat het ook om de kwaliteit van de champagne, die in de fles zit. Hoe langer de wijnboer zijn fles laat rijpen, hoe beter je mag veronderstellen dat de kwaliteit is.
Champagne van de kleine wijnboer is ambachtelijk, onze wijnboeren zijn met zorg geselecteerd en tonen jaar na jaar aan dat de kwaliteit goed is. Dit kan je niet alleen zien door de gewonnen prijzen, maar ook uit de ervaringen van onze klanten.
Daarnaast liggen deze champagnes langer te rijpen in de kelder. Hierdoor smaken ze niet alleen voller, maar kan je ze ook langer bewaren.
De vuistregel: Het aantal jaren dat de wijnboer de champagne laat rijpen komt overeen met het aantal jaren dat je de champagne kan bewaren. Mits aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.
Als voorbeeld een vintage champagne van 2018. Deze champagne rijpt 4 jaar en kan je dus zo'n 4 jaar bewaren.
Voor de normalere champagnes die je bij ons koopt kan je 15-24 maanden rekenen.
Van alle champagnes die worden verkocht is 90% brut, maar wat betekent brut precies?
De term Brut verwijst naar de smaak van de champagne, hij geeft aan of hij zoet. In Brut zit minder toegevoegde suikers dan bij demi-sec. Een fles kan pas het label “brut” krijgen als er minder dan 12 gram suiker per liter in zit. Een “extra brut” heeft minder dan 6 gram suiker per liter. Er zijn ook flessen waar geen toegevoegde suikers in zitten, dan spreekt men van een “brut nature" of "pas dosé". Hier zit minder dan 3 gram suiker per liter in.
Maar waarom voegen ze dan suiker toe aan de champagnes? Dat heeft te maken met de Méthode Champenoise of ook Méthode traditionelle genaamd. Dit is de originele methode waarbij de Champagne gist op de fles. Tijdens dit proces moet na de tweede gisting het dode gist worden verwijderd. Dit gist wordt verzameld in de flessenhals vervolgens bevroren en eruit geschoten. Hierbij komt er champagne vrij, dat opnieuw moet worden aangevuld. Deze aanvulling heet likeur d' expedition en is het geheim van het champagnehuis. Dit geheim gaat van generatie op generatie. Bij de aanvulling worden suikers toegevoegd, de hoeveelheid suiker bepaalt het type Champagne.
Champagne wordt doorgaans gemaakt van drie druivensoorten: Chardonnay, Pinot Noir en Pinot Meunier.
Hoewel deze drie de bekendste zijn, zijn er technisch gezien nog vier andere, zeer zeldzame druivenrassen toegestaan in de Champagnestreek: Arbane, Petit Meslier, Pinot Blanc en Pinot Gris.
Chardonnay De ruggengraat, Zorgt voor frisheid, zuren en elegante aroma's van citrus en witte bloemen. Het geeft de wijn bewaarpotentieel.
Pinot Noir Het lichaam, Geeft de champagne structuur, kracht en aroma's van rood fruit zoals aardbeien, frambozen, kersen en een vleugje kruidigheid.
Pinot Meunier De charmeur, Maakt de wijn toegankelijk en rond met fruitige tonen van appel en peer, evenals subtiele hints van bloemen en noten. Deze druif is vaak de "lijm" die de andere twee verbindt.
bottom of page